direct naar inhoud van Artikel 5 Wonen
Plan: Zorgcomplex Kloosterpad
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0766.BP2009000004-VG01

Artikel 5 Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woondoeleinden, in de vorm van vrijstaande eengezinswoningen, waaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen;
  • b. nutsvoorzieningen.
5.2 Bouwregels

Op de als wonen bestemde gronden mogen ten behoeve van de in 5.1 genoemde doeleinden uitsluitend worden gebouwd:

  • a. hoofdgebouwen;
  • b. aan- en uitbouwen;
  • c. bijgebouwen;
  • d. andere bouwwerken;

met dien verstande dat ondergronds bouwen uitsluitend onder het hoofdgebouw is toegestaan, waarbij geldt dat dit onder het gehele hoofdgebouw is toegestaan.

Voor het bouwen van gebouwen en andere bouwwerken gelden de volgende bouwregels:

5.2.1 Gebouwen
  • a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak opgericht te worden;
  • b. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden;
  • c. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt tenminste 2,50 meter;
  • d. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt maximaal 4,50 meter;
  • e. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt maximaal 10 meter;
  • f. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3 meter;
  • g. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 7 meter;
  • h. per bouwperceel mag buiten het bouwvlak ten hoogste 50% worden bebouwd met een maximum aan gebouwen van 60 m2;
  • i. de afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en het hoofdgebouw mag niet minder bedragen dan 1 meter.
5.2.2 Andere bouwwerken
  • a. de bouwhoogte van andere bouwwerken, uitgezonderd erfafscheidingen, mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • b. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag achter de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 2 meter en voor de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 1 meter;
  • c. per bouwperceel mag buiten het bouwvlak ten hoogste 50% worden bebouwd met een maximum aan andere bouwwerken van 40 m2;
  • d. de oppervlakte van andere bouwwerken voor zover gelegen voor de voorgevelrooilijn mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 4 m2;
  • e. de oppervlakte van bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt maximaal 50 m2 per bouwwerk.
5.3 Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Afwijking gebouwen en andere bouwwerken

Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. het bepaalde in 5.2.1 onder c voor wat betreft de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens, met dien verstande dat aan één zijde de afstand 1 meter mag bedragen, mits tenminste 4 meter achter de voorgevel en met een maximale goothoogte van 3 meter ter plaatse waarvan op 1 meter van de perceelsgrens wordt gebouwd;
  • b. het bepaalde in 5.2.1 onder h tot een maximum van 75 m2, mits de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf ten minste 250 m2 bedraagt;
  • c. het bepaalde in 5.2.2 onder a ten aanzien van de bouwhoogte van andere bouwwerken ten behoeve van de bouw van antennes met een maximale bouwhoogte van 15 meter;
  • d. het bepaalde in 5.2.2 onder b ten aanzien van de bouwhoogte van erfafscheidingen voor een bebouwingsgrens tot 2 meter, mits het straatbeeld daardoor ruimtelijk niet in meerdere mate wordt aangetast en de verkeerssituatie niet nadelig wordt beïnvloed;
  • e. het bepaalde in 5.2.2 onder d ten aanzien van de oppervlakte van andere bouwwerken voor zover gelegen voor de voorgevelrooilijn tot een oppervlakte van maximaal 4,5 m2;

met dien verstande dat:

  • 1. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad;
  • 2. er geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan.