direct naar inhoud van Artikel 7 Algemene gebruiksregels
Plan: Zorgcomplex Kloosterpad
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0766.BP2009000004-VG01

Artikel 7 Algemene gebruiksregels

7.1 Gebruiksverbod

Het is verboden de in dit plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de ingevolge het plan aan bedoelde gronden en bouwwerken gegeven bestemming(en) en/of deze regels.

7.2 Strijdig gebruik
7.2.1 Onbebouwde gronden

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan onbebouwde gronden te gebruiken of te laten gebruiken:

  • a. als opslagplaats voor bagger en grondspecie;
  • b. als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind of brandstoffen;
  • c. als uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen.
7.2.2 Bijgebouwen

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan bijgebouwen te gebruiken of te laten gebruiken ten behoeve van bewoning en als afhankelijke woonruimte.

7.2.3 Gebouwen en gronden

Voorts wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan het gebruik of laten gebruiken van gebouwen of gronden als seks- en/of pornobedrijf of daarmee vergelijkbare gebruiksvormen.

7.3 Geoorloofd gebruik

Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan:

  • a. vormen van gebruik als bedoeld in 7.2 die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, de doeleindenomschrijving en/of de overige regels mag worden gebruikt;
  • b. het opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming;
  • c. de stalling van ten hoogste één toercaravan en/of boot op de bij een woning behorende grond met dien verstande dat de stalling uitsluitend achter de voorgevelrooilijn plaats mag vinden.
7.4 Gebruiksverbod niet van toepassing

Het verbod als bedoeld in 7.1 is niet van toepassing op een gedeelte van de woning ten behoeve van het gebruik als aan huis gebonden beroep door de bewoner, mits:

  • a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij maximaal 50 % van het oppervlak van de begane grond en maximaal 30 % van het totale vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen als zodanig mag worden gebruikt, tot een maximum van 60 m2;
  • b. de parkeerbalans in de directe woonomgeving niet onevenredig nadelig wordt of kan worden beïnvloed;
  • c. het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer;
  • d. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
  • e. door de uitoefening van de activiteiten het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig verandert, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest.
7.5 Afwijking gebruiksverbod

Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning tijdelijk afwijken van het in 7.1 gestelde verbod indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. er dient aantoonbaar sprake te zijn van een zorgbehoefte, welke tijdelijk van aard is;
  • b. er is en blijft sprake van één huishouden op het perceel, waarbij een gedeelte van het huishouden in een bijgebouw is gevestigd. Er zal geen sprake zijn van een zelfstandige woning;
  • c. de oppervlakte van de afhankelijke woonruimte mag ten hoogste 80 m2 bedragen;
  • d. er dient sprake te zijn van een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de reeds bestaande woning;
  • e. het gebruik van het bijgebouw als afhankelijke woonruimte mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de omgeving. Er dient rekening gehouden te worden met veiligheids- en milieuaspecten;
  • f. burgemeester en wethouders trekken de ontheffing in, indien de bij het verlenen van de ontheffing bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.
7.6 Parkeren
7.6.1 Parkeren op eigen terrein

Bij het oprichten van gebouwen dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om het parkeren op eigen terrein te kunnen afwikkelen, waarbij op eigen terrein dient te zijn voorzien in voldoende parkeeraccommodatie conform het gemeentelijk parkeerbeleid van de gemeente Dongen.

Hierbij gelden in ieder geval de volgende parkeernormen:

  • a. zorgvoorzieningen: minimaal 0,5 parkeerplaats per wooneenheid;
  • b. medische voorzieningen: minimaal 1,5 parkeerplaats per behandelkamer;
  • c. onderwijsvoorzieningen: minimaal 0,5 parkeerplaats per 100 m2 BVO;
  • d. vrijstaande woningen: ten minste 2 direct ontsloten parkeerplaatsen per woning;
  • e. een garage niet wordt meegerekend bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen.
7.6.2 Afwijking parkeernormen

Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het in 7.6.1 gestelde indien de parkeerbalans in de directe omgeving niet onevenredig wordt of kan worden beïnvloed.