Artikel 8 Algemene afwijkingsregels
Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen in deze regels ten aanzien van de volgende onderwerpen:
-
a. het afwijken van de aangegeven maten en afmetingen, voor zover daarvoor geen bijzondere ontheffingsbevoegdheid in deze regels is opgenomen, mits deze met niet meer dan 15% worden veranderd en in die gevallen waar een rationele verkaveling en bebouwing van gronden dit vergt;
-
b. het overschrijden van de bouwgrens(zen) voor de bouw van bouwwerken van ondergeschikte aard zoals loggia's, erkers, keldertoegangen, dakoverstekken, luifels en balkons, die qua aard en afmetingen bij de bestemming passen tot maximaal 1,50 meter in de richting van de weg, met inachtneming van het overig bepaalde in deze regels, indien de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en het past binnen het stedenbouwkundig beeld van de omgeving, waarbij de hoogte ten hoogste 3 meter mag bedragen en ten hoogste 50% van de tuinbestemming mag worden bebouwd;